|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Niet brandbaar maar bevordert de verbranding van andere stoffen.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
GEEN contact met ontvlambare stoffen.
|
In geval van brand in de omgeving: gebruik geschikte blusmiddelen.
|
|
ONTPLOFFING
|
Brand- en ontploffingsgevaar bij verhitten of bij contact met brandbare producten.
|
|
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water maar voorkom contact van de stof met water.
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
|
|
|
Inademing
|
Hoesten.
Kortademigheid.
|
Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
|
Frisse lucht, rust.
|
|
Huid
|
|
Beschermende handschoenen.
|
Spoel met veel water, verwijder dan besmette kledij en spoel opnieuw.
|
|
Ogen
|
Roodheid.
Pijn.
|
Stof- of spatbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
Misselijkheid.
Braken.
Diarree.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
Spoel de mond.
Een brij van geactiveerde koolstof in water te drinken geven.
Rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF
|
OPSLAG
|
VERPAKKING & ETIKETTERING
|
Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in droge, afsluitbare vaten.
NIET laten opslorpen in zaagsel of in ander brandbaar materiaal.
Deze stof NIET in het milieu laten terecht komen.
Persoonlijke bescherming: filtermasker met P2 filter voor schadelijke deeltjes.
|
Goed gesloten.
Gescheiden van
brandbare en reducerende stoffen en
sterke zuren.
|
R:
S:
VN Gevarenklasse: 5.1
VN Verpakkingsgroep: II
|
|
LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
|
|
ICSC: 1046
|
Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002
|
|