|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| AMMONIUMOXALAAT | ICSC: 1036 |
C2H8N2O4 / NH4OOCCOONH4 Molecuulmassa: 124.1
ICSC nr: 1036CAS nr: 1113-38-8 RTECS nr: RO2750000 VN nr : 2811 EG nr : 607-007-00-3 15.03.1995 Goedgekeurd in vergadering van experten |
| SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING | ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN | VOORKOMEN |
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN |
| BRAND |
Brandbaar.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
GEEN open vuur.
|
Poeder, sproeistraal van water, schuim, koolzuurgas.
|
| ONTPLOFFING |
|
|
|
| BLOOTSTELLING |
|
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF!
|
|
|
|
Hoesten.
Keelpijn.
Zie Inslikken.
|
Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
|
Frisse lucht, rust.
|
|
|
Roodheid.
Brandend gevoel.
Pijn.
Blaren.
|
Beschermende handschoenen.
Beschermende kledij.
|
Verwijder besmette kledij.
Spoel en was daarna de huid met water en zeep.
|
|
|
Roodheid.
Pijn.
Ernstige diepe brandwonden.
|
Stof- of spatbril,
oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
|
Buikpijn.
Stuiptrekkingen.
Slaperigheid.
Sufheid.
Shock of bezwijmen.
Braken.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
Spoel de mond.
Veel water laten drinken.
Rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
| AMMONIUMOXALAAT | ICSC: 1036 |
|
B E L A N G R I J K E G E G E V E N S |
| |||
|
FYSISCHE EIGENSCHAPPEN |
| |||
|
MILIEUGEGEVENS |
|
|||
| N O T A ' S | ||||
De fysische eigenschappen zijn zijn deze voor het monohydraat. De ontbindingstemperatuur is niet bekend in de literatuur.
|
||||
| BIJKOMENDE INFORMATIE | |||||
| Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn |
|
||||
|
|||||
|