|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Niet brandbaar.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
|
In geval van brand in de omgeving: gebruik geschikte blusmiddelen.
|
|
ONTPLOFFING
|
|
|
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water.
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
|
|
|
Inademing
|
Hoesten.
Keelpijn.
|
Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
|
Frisse lucht, rust.
|
|
Huid
|
|
Beschermende handschoenen.
|
Verwijder besmette kledij.
Spoel de huid met veel water of neem een douche.
|
|
Ogen
|
Roodheid.
Pijn.
|
Stof- of spatbril of
oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
Buikpijn.
Diarree.
Misselijkheid.
Braken.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
Veel water laten drinken.
Raadpleeg een arts.
|
|
OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF
|
OPSLAG
|
VERPAKKING & ETIKETTERING
|
Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in afgedekte vaten.
Verzamel zorgvuldig de restanten
en voer daarna naar een veilige plaats.
Deze stof NIET in het milieu laten terecht komen.
(Persoonlijke bescherming: filtermasker met P2 filter voor schadelijke deeltjes.)
|
Gescheiden van
niet bijeenpassende materialen
,
voeding en voeder
.
Droog.
|
Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
R:
S:
VN Gevarenklasse: 8
VN Verpakkingsgroep: III
|
|
LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
|
|
ICSC: 0955
|
Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002
|
|