|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Niet brandbaar.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
|
Poeder, sproeistraal van water, schuim, koolzuurgas.
|
|
ONTPLOFFING
|
|
|
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF!
|
|
|
Inademing
|
Hoesten.
Keelpijn.
|
Verluchting (niet indien het om poeder gaat).
|
Frisse lucht, rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
Huid
|
Roodheid.
Pijn.
|
Beschermende handschoenen.
|
Spoel de huid met veel water of neem een douche.
|
|
Ogen
|
Roodheid.
Pijn.
|
Stof- of spatbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
Buikpijn.
Brandend gevoel.
Diarree.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
Spoel de mond.
Laten braken (ALLEEN VOOR SLACHTOFFERS DIE BIJ BEWUSTZIJN ZIJN!).
Raadpleeg een arts.
|
|
OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF
|
OPSLAG
|
VERPAKKING & ETIKETTERING
|
Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in vaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen.
Verzamel zorgvuldig de restanten
en voer daarna naar een veilige plaats.
Deze stof NIET in het milieu laten terecht komen.
(Persoonlijke bescherming: onafhankelijk werkend ademhalingsapparaat.)
|
Gescheiden van
sterk oxiderende stoffen,
sterke basen,
koper en zijn legeringen, nikkel.
|
R:
S:
|
|
LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
|
|
ICSC: 0886
|
Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002
|
|