International Chemical Safety Cards

PENTABORAAN ICSC: 0819

B5H9
Molecuulmassa: 63.2
ICSC nr: 0819
CAS nr: 19624-22-7
RTECS nr: RY8925000
VN nr : 1380
25.11.1998 Goedgekeurd in vergadering van experten
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN VOORKOMEN EERSTE HULP/
BRANDBLUSSEN
BRAND Ontvlambaar. Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
GEEN open vuur, GEEN vonken en NIET roken. GEEN contact met halogenen, gehalogeneerde verbindingen en oxidantia.
Koolzuurgas, speciaal poeder, droog zand, GEEN andere blusmiddelen.
ONTPLOFFING Boven 30°C kunnen ontplofbare damp/lucht mengsels worden gevormd.
Boven 30°C een gesloten systeem, verluchting en een tegen ontploffingen beveiligde electrische uitrusting gebruiken.
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water maar voorkom contact van de stof met water.
BLOOTSTELLING
VOORKOM ALLE CONTACT!

  • Inademing
  • Misselijkheid. Slaperigheid. Hoofdpijn. Duizeligheid. Stuiptrekkingen. Bewusteloosheid. Zwakte. Symptomen kunnen met vertraging tot uiting komen (zie Nota's).
    Verluchting, plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
    Frisse lucht, rust. Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn. Raadpleeg een arts.
  • Huid
  • KAN DOOR DE HUID OPGENOMEN WORDEN! Roodheid. (Verder, zie Inademing).
    Beschermende handschoenen. Beschermende kledij.
    Verwijder besmette kledij. Spoel de huid met veel water of neem een douche. Raadpleeg een arts.
  • Ogen
  • Roodheid. Pijn.
    Gelaatsscherm of oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming.
    Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
  • Inslikken
  • (Zie Inademing).
    Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
    Spoel de mond. Laten braken (ALLEEN VOOR SLACHTOFFERS DIE BIJ BEWUSTZIJN ZIJN!). Raadpleeg een arts.
    OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF OPSLAG VERPAKKING & ETIKETTERING
    Ontruim de gevarenzone! Raadpleeg een deskundige! Verluchting. Vang voor zover mogelijk de weglekkende en de gemorste vloeistof op in afsluitbare vaten. De overblijvende vloeistof in zand of inert materiaal laten opslorpen en naar een veilige plaats voeren. (Persoonlijke bescherming: volledig beschermende kledij met onafhankelijk werkend ademhalingsapparaat.)
    Brandveilig. Gescheiden van sterk oxiderende stoffen, halogenen, voeding en voeder. Koel. Droog. Onder stikstof atmosfeer.
    Onbreekbare verpakking; plaats breekbare verpakking in een gesloten onbreekbaar vat. Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
    R:
    S:
    VN Gevarenklasse: 4.2
    VN Bijkomende risico's: 6.1
    VN Verpakkingsgroep: I
    LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
    ICSC: 0819 Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002

    International Chemical Safety Cards

    PENTABORAAN ICSC: 0819

    B
    E
    L
    A
    N
    G
    R
    I
    J
    K
    E


    G
    E
    G
    E
    V
    E
    N
    S

    FYSISCHE TOESTAND; VOORKOMEN:
    KLEURLOZE VLOEISTOF , MET SCHERPE GEUR.

    FYSISCHE GEVAREN:
    De damp is zwaarder dan lucht.

    CHEMISCHE GEVAREN:
    De stof ontleedt traag bij verhitting tot 150°C in boor en ontvlambaar waterstofgas - zie ICSC 0001, en bij verbranding met vorming van giftige dampen (booroxides). Reageert met halogenen, halogeenverbindingen, olie's, vetten en oxiderende stoffen, met kans op brand en ontploffing. Onzuiver materiaal onvlamt spontaan in lucht.

    BLOOTSTELLINGSGRENZEN:
    Drempelwaarde: 0.005 ppm; 0.013 mg/m3 (als TWA); 0.015 ppm; 0.039 mg/m3 (als STEL) (ACGIH 1998).
    MAK: 0.005 ppm; 0.013 mg/m3; (1998.)


    WIJZE VAN OPNAME:
    Het product kan in het lichaam worden opgenomen door inademing van de dampen, doorheen de huid en door inslikken.

    INADEMINGSRISICO:
    Een voor de gezondheid schadelijke verontreiniging van de lucht, kan zeer snel worden bereikt bij verdamping van deze stof bij 20°C.

    EFFECTEN BIJ KORTSTONDIGE BLOOTSTELLING:
    De stof is sterkirriterend voor de ogen, de huid en de luchtwegen. De stof kan effecten hebben op het centraal zenuwstelsel en de lever , met als gevolg stuiptrekkingen, zuurvergiftiging en gestoorde werking van de lever. Blootstelling boven de toegestane beroepsmatige blootstellingsgrenzen kan de dood veroorzaken. De effecten kunnen met vertraging optreden. Medische observatie is aangewezen.

    EFFECTEN BIJ LANGDURIGE OF HERHAALDE BLOOTSTELLING:
    FYSISCHE
    EIGENSCHAPPEN
    Kookpunt: 60°C
    Smeltpunt: -47°C
    Relatieve dichtheid (water = 1): 0.6
    Oplosbaarheid in water:
    reactie
    Dampspanning, kPa bij 20°C: 22.8
    Relatieve dampdichtheid (lucht = 1): 2.2
    Relatieve dampdichtheid van het damp/lucht-mengsel bij 20°C (lucht = 1): 1.3
    Vlampunt:
    30°C (gesloten vat)
    Zelfontbrandingstemperatuur: bij benadering 35°C
    Ontploffingsgrenzen, vol% in lucht: 0.42-98
    MILIEUGEGEVENS

    N O T A ' S
    Reageert hevig met brandblusmiddelen zoals halonen. De symptomen van sommige effecten worden pas merkbaar na 48 uren. Bij het overschrijden van de blootstellingsgrenswaarde is er onvoldoende waarschuwing door de geur. Werkkledij NIET mee naar huis nemen.
    Kaart met gegevens voor noodgevallen tijdens het vervoer: TREMCARD (R)-42G11.
    NFPA gevarencode: H4; F4; R2.
    BIJKOMENDE INFORMATIE
    Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn
    ICSC: 0819 PENTABORAAN
    (c) IPCV, CEG 2002
    WETTELIJKE KENNISGEVING: Noch de CEG, noch het IPCV, noch de vertalers, noch enige persoon die optreedt voor de CEG of het IPCV zijn verantwoordelijk voor het gebruik dat van deze informatie zou kunnen worden gemaakt. Deze kaart geeft de visie weer van de groep van experten die in het kader van het International Programme on Chemical Safety de kaarten samenstellen en evalueren en kan afwijken van de door nationale wetgeving gedane aanbevelingen of verplichtingen. De gebruiker wordt dus verzocht om de voorschriften in zijn land te raadplegen en op te volgen.
    (c) IPCV, CEG 2002