International Chemical Safety Cards

DIMETHOAAT ICSC: 0741

O,O-Dimethylmethylcarbamoylmethyldithiofosfaat
C5H12NO3PS2 / CH3NHCOCH2SPS(OCH3)2
Molecuulmassa: 229.2
ICSC nr: 0741
CAS nr: 60-51-5
RTECS nr: TE1750000
VN nr : 2783
EG nr : 015-051-00-4
26.03.1998 Goedgekeurd in vergadering van experten
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN VOORKOMEN EERSTE HULP/
BRANDBLUSSEN
BRAND Brandbaar. Vloeibare bereidingen van de stof die organische oplosmiddelen bevatten, kunnen ontvlambaar zijn. Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
GEEN open vuur.
Sproeistraal van water, poeder, koolzuurgas.
ONTPLOFFING


BLOOTSTELLING
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF! VOORKOM BLOOTSTELLING VAN ADOLESCENTEN EN KINDEREN!

  • Inademing
  • Vernauwen van de pupillen, spierkrampen, overmatige speekselvorming. Zweten. Misselijkheid. Duizeligheid. Moeizame ademhaling. Zwakte.
    Verluchting (niet indien het om poeder gaat).
    Frisse lucht, rust. Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn. Raadpleeg een arts.
  • Huid
  • KAN DOOR DE HUID OPGENOMEN WORDEN! (Verder: zie Inademing).
    Beschermende handschoenen. Beschermende kledij.
    Verwijder besmette kledij. Spoel de huid met veel water of neem een douche. Raadpleeg een arts.
  • Ogen
  • Roodheid. Pijn.
    Stof- of spatbril of gelaatsscherm.
    Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
  • Inslikken
  • Buikkrampen. Stuiptrekkingen. Diarree. Bewusteloosheid. Braken. (Verder: zie Inademing).
    Niet eten, drinken of roken tijdens het werk. Vóór het eten de handen wassen.
    Laten braken (ALLEEN VOOR SLACHTOFFERS DIE BIJ BEWUSTZIJN ZIJN!). Rust. Raadpleeg een arts.
    OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF OPSLAG VERPAKKING & ETIKETTERING
    NIET in de riool spoelen. Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in vaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen. Verzamel zorgvuldig de restanten en voer daarna naar een veilige plaats. (Bijkomende persoonlijke bescherming: chemisch bestendig werkpak met onafhankelijk werkend ademhalingsapparaat.)
    Voorzieningen aanbrengen om weglopende vloeistoffen, gebruikt bij het blussen van brand, op te vangen. Gescheiden van voeding en voedingsmiddelen. In een goed verluchte ruimte bewaren.
    Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
    Is ernstig vervuilend voor de zee.
    Symbool Xn
    R: 21/22
    S: 2-36/37
    VN Gevarenklasse: 6.1
    VN Verpakkingsgroep: III
    LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
    ICSC: 0741 Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002

    International Chemical Safety Cards

    DIMETHOAAT ICSC: 0741

    B
    E
    L
    A
    N
    G
    R
    I
    J
    K
    E


    G
    E
    G
    E
    V
    E
    N
    S

    FYSISCHE TOESTAND; VOORKOMEN:
    ZUIVER PRODUCT: KLEURLOZE KRISTALLEN , MET KENMERKENDE GEUR.

    FYSISCHE GEVAREN:


    CHEMISCHE GEVAREN:
    De stof ontleedt bij verhitting met vorming van giftige dampen, onder andere stikstofoxides, fosforoxides, zwaveloxides.

    BLOOTSTELLINGSGRENZEN:
    TLV niet vastgelegd.


    WIJZE VAN OPNAME:
    De stof kan in het lichaam worden opgenomen door inademing , doorheen de huid en door inslikken.

    INADEMINGSRISICO:
    Verdamping bij 20°C is verwaarloosbaar; een voor de gezondheid schadelijke concentratie van in de lucht zwevende deeltjes kan echter snel bereikt worden.

    EFFECTEN BIJ KORTSTONDIGE BLOOTSTELLING:
    De stof kan effecten hebben op het zenuwstelsel bij hoge concentraties. Remming van cholinesterase. Blootstelling kan de dood veroorzaken. De effecten kunnen met vertraging optreden. Medische observatie is aangewezen.

    EFFECTEN BIJ LANGDURIGE OF HERHAALDE BLOOTSTELLING:
    Herhaald of langdurig huidcontact kan huidontsteking veroorzaken. Remming van cholinesterase; een cumulatief effect is mogelijk: zie acute gevaren/symptomen. Dierproeven tonen aan dat deze stof mogelijk schadelijk is voor de voortplanting of de ontwikkeling bij de mens.
    FYSISCHE
    EIGENSCHAPPEN
    Kookpunt bij 0.01kPa: 117°C
    Smeltpunt: 51-52°C
    Dichtheid: 1.3 g/cm3
    Oplosbaarheid in water, g/100 ml bij 21°C: 2.5
    Dampspanning, Pa bij 25°C: 0.001
    Vlampunt: 107°C (gesloten vat)
    Octanol/water verdelingscoëfficiënt als log Pow: 0.5-0.8
    MILIEUGEGEVENS
    De stof is giftig voor waterorganismen. Deze stof kan schadelijk zijn voor het milieu; speciale aandacht dient aan de bijen en de vogels besteed te worden. Voorkom dat deze stof op een andere wijze dan door normaal gebruik in het milieu terechtkomt.
    N O T A ' S
    Andere smeltpunten: 43-45°C (technisch product). Afhankelijk van de mate van blootstelling, is regelmatig medisch onderzoek aangewezen. In geval van vergiftiging met deze stof dient een aangepaste behandeling te worden gegeven; de nodige middelen met richtlijnen voor het gebruik ervan dienen beschikbaar te zijn. Indien de stof verwerkt is in een bereiding met oplosmiddelen, ook de ICSC kaart(en) hiervan raadplegen. Oplosmiddelen gebruikt in commerciële bereidingen kunnen de fysische en toxicologische eigenschappen veranderen. Cygon, Fostion MM, Perfekthion, Rogor en Roxion zijn handelsnamen.
    Kaart met gegevens voor noodgevallen tijdens het vervoer: TREMCARD (R)-61G41c
    .
    BIJKOMENDE INFORMATIE
    Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn
    ICSC: 0741 DIMETHOAAT
    (c) IPCV, CEG 2002
    WETTELIJKE KENNISGEVING: Noch de CEG, noch het IPCV, noch de vertalers, noch enige persoon die optreedt voor de CEG of het IPCV zijn verantwoordelijk voor het gebruik dat van deze informatie zou kunnen worden gemaakt. Deze kaart geeft de visie weer van de groep van experten die in het kader van het International Programme on Chemical Safety de kaarten samenstellen en evalueren en kan afwijken van de door nationale wetgeving gedane aanbevelingen of verplichtingen. De gebruiker wordt dus verzocht om de voorschriften in zijn land te raadplegen en op te volgen.
    (c) IPCV, CEG 2002