|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Brandbaar.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
GEEN open vuur.
|
Poeder, sproeistraal van water, schuim, koolzuurgas.
|
|
ONTPLOFFING
|
Brand- en ontploffingsgevaar bij contact met basen en oxiderende stoffen.
|
|
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF!
STRIKTE HYGIENE!
|
RAADPLEEG IN ALLE GEVALLEN EEN ARTS!
|
|
Inademing
|
Kortademigheid.
Zie Inslikken.
|
Voorkom inademing van fijn stof en nevel.
Verluchting (niet als het om poeder gaat), plaatselijke afzuiging, of ademhalingsbescherming
|
Frisse lucht, rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
Huid
|
|
Beschermende handschoenen.
|
Verwijder besmette kledij.
Spoel de huid met veel water of neem een douche.
|
|
Ogen
|
|
Stof- of spatbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
Duizeligheid.
Misselijkheid.
Bewusteloosheid.
Braken.
Zwakte.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
Vóór het eten de handen wassen.
|
Spoel de mond.
Raadpleeg een arts.
|