|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ACETONCYAANHYDRINE | ICSC: 0611 |
2-Methyl-lactonitril 2-Cyaanpropaan-2-ol p-Hydroxyisobutyronitril (CH3)2C(OH)CN / C4H7NO Molecuulmassa: 85.1
ICSC nr: 0611CAS nr: 75-86-5 RTECS nr: OD9275000 VN nr : 1541 EG nr : 608-004-00-X 23.03.1998 Goedgekeurd in vergadering van experten |
| SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING | ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN | VOORKOMEN |
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN |
| BRAND |
Brandbaar.
Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
|
GEEN open vuur.
|
Poeder, AFFF, schuim, koolzuurgas.
|
| ONTPLOFFING |
Boven 74°C kunnen ontplofbare damp/lucht mengsels worden gevormd.
|
Boven 74°C een gesloten systeem en verluchting gebruiken.
|
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water maar voorkom contact van de stof met water.
Brand bestrijden vanuit een beschutte plaats.
|
| BLOOTSTELLING |
|
VOORKOM ALLE CONTACT!
|
RAADPLEEG IN ALLE GEVALLEN EEN ARTS!
|
|
|
Stuiptrekkingen.
Hoesten.
Duizeligheid.
Hoofdpijn.
Moeizame ademhaling.
Misselijkheid.
Kortademigheid.
Bewusteloosheid.
Braken.
Onregelmatig hartritme, beklemmend gevoel in de borst.
|
Gesloten systeem en verluchting.
|
Frisse lucht, rust.
Halfzittende houding.
Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn.
Raadpleeg een arts.
|
|
|
KAN DOOR DE HUID OPGENOMEN WORDEN!
Roodheid.
Pijn.
(Zie Inademing).
|
Beschermende handschoenen.
Beschermende kledij.
|
Spoel en was daarna de huid met water en zeep.
Raadpleeg een arts.
|
|
|
Roodheid.
Pijn.
|
Gelaatsscherm of
oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming
.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
|
Buikkrampen.
Brandend gevoel.
Stuiptrekkingen.
Bewusteloosheid.
Zie Nota's
.
Zie Inademing.
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
Spoel de mond.
Raadpleeg een arts.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
| ACETONCYAANHYDRINE | ICSC: 0611 |
|
B E L A N G R I J K E G E G E V E N S |
| |||
|
FYSISCHE EIGENSCHAPPEN |
| |||
|
MILIEUGEGEVENS |
De stof is zeer giftig voor waterorganismen.
Deze stof komt bij normaal gebruik in het milieu terecht. Bijkomende vervuiling, bijvoorbeeld door niet aangepaste afvalverwijdering, dient echter met alle mogelijke middelen te worden vermeden.
|
|||
| N O T A ' S | ||||
In geval van vergiftiging met deze stof dient een aangepaste behandeling te worden gegeven; de nodige middelen met richtlijnen voor het gebruik ervan dienen beschikbaar te zijn.
Het gevaar en de giftigheid van deze stof is toe te schrijven aan het belangrijkste product dat tijdens de stofwisseling wordt gevormd - waterstofcyanide (zie ICSC 0492).
Deze kaart werd gedeeltelijk aangepast in october 2004. Zie hoofdstukken: Blootstellingsgrenzen, EG classificatie, Noodgevallen.
|
||||
| BIJKOMENDE INFORMATIE | |||||
| Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn |
|
||||
|
|||||
|