|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| WHITE SPIRIT | ICSC: 0361 |
ICSC nr: 0361CAS nr: 8052-41-3 RTECS nr: WJ8925000 VN nr : 1268 EG nr : 649-345-00-4 22.04.2004 Goedgekeurd in vergadering van experten |
| SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING | ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN | VOORKOMEN |
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN |
| BRAND |
Ontvlambaar.
|
GEEN open vuur, GEEN vonken en NIET roken.
|
Poeder, AFFF, schuim, koolzuurgas.
|
| ONTPLOFFING |
Boven 21°C kunnen ontplofbare damp/lucht mengsels worden gevormd.
|
Boven 21°C een gesloten systeem, verluchting en een tegen ontploffingen beveiligde electrische uitrusting en verlichting gebruiken.
|
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water.
|
| BLOOTSTELLING |
|
|
|
|
|
Hoesten.
Keelpijn.
Hoofdpijn.
Misselijkheid.
Vermoeidheid.
Duizeligheid.
Verwardheid.
Bewusteloosheid.
|
Verluchting, plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
|
Frisse lucht, rust.
Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn.
Raadpleeg een arts.
|
|
|
Droge huid.
Roodheid.
|
Beschermende handschoenen.
Beschermende kledij.
|
Verwijder besmette kledij.
Spoel en was daarna de huid met water en zeep.
|
|
|
Roodheid.
Pijn.
|
Veiligheidsbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
|
Misselijkheid.
Braken.
Buikpijn.
Diarree.
(Verder: Zie Inademing).
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
Vóór het eten de handen wassen.
|
NIET laten braken.
Raadpleeg een arts.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
| WHITE SPIRIT | ICSC: 0361 |
|
B E L A N G R I J K E G E G E V E N S |
| |||
|
FYSISCHE EIGENSCHAPPEN |
| |||
|
MILIEUGEGEVENS |
|
|||
| N O T A ' S | ||||
Dit is een mengsel van verzadigde alifatische en cyclische koolwaterstoffen (C7-C12) en aromatische koolwaterstoffen (C7-C12). Kan benzeen bevatten (zie ICSC 0015) maar hedendaagse white spirit bevat doorgaans weinig of geen benzeen.
De symptomen van chemische longontsteking worden dikwijls pas merkbaar na enkele uren en ze worden versterkt door fysische inspanning. Rust en geneeskundige observatie zijn daarom nodig.
De zelfontbrandingstemperatuur kan tot ongeveer 180°C verlaagd zijn in aanwezigheid van materiaal met een grote oppervlakte.
Vlampunten kunnen variëren van 21 to 60 °C, afhankelijk van de samenstelling.
|
||||
| BIJKOMENDE INFORMATIE | |||||
| Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn |
|
||||
|
|||||
|