|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Niet brandbaar.
|
|
In geval van brand in de omgeving: alle blusmiddelen toegelaten.
|
|
ONTPLOFFING
|
|
|
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF!
|
|
|
Inademing
|
Keelpijn.
Moeizame ademhaling.
|
Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
|
Frisse lucht, rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
Huid
|
Roodheid.
Jeuk.
|
Beschermende handschoenen.
Beschermende kledij.
|
|
|
Ogen
|
Roodheid.
Pijn.
Jeuk.
|
Stof- of spatbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
|
|
OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF
|
OPSLAG
|
VERPAKKING & ETIKETTERING
|
Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in vaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen.
Verzamel zorgvuldig de restanten
en voer daarna naar een veilige plaats.
(Bijkomende persoonlijke bescherming: filtermasker met P2 filter voor schadelijke deeltjes.)
|
|
Nota: A, Q, R.
Symbool Xn
R: 38-40
S: 2-36/37
|
|
LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
|
|
ICSC: 0194
|
Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002
|
|