|
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING
|
ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN
|
VOORKOMEN
|
EERSTE HULP/ BRANDBLUSSEN
|
|
BRAND
|
Niet brandbaar.
|
|
In geval van brand in de omgeving: alle blusmiddelen toegelaten.
|
|
ONTPLOFFING
|
|
|
|
|
|
|
BLOOTSTELLING
|
|
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF!
|
|
|
Inademing
|
Hoesten.
Moeizame ademhaling.
Keelpijn.
Piepende ademhaling.
|
Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
Voorkom inademing van stof
.
|
Frisse lucht, rust.
Raadpleeg een arts.
|
|
Huid
|
Roodheid.
Jeuk.
|
Beschermende handschoenen.
Beschermende kledij.
|
|
|
Ogen
|
Roodheid.
Pijn.
|
Stof- of spatbril.
|
Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
|
|
Inslikken
|
|
Niet eten, drinken of roken tijdens het werk.
|
|
|
OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF
|
OPSLAG
|
VERPAKKING & ETIKETTERING
|
Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in afsluitbarevaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen.
(Bijkomende persoonlijke bescherming: filtermasker met P2 filter voor schadelijke deeltjes.)
|
|
Nota: A, R
Symbool T
R: 49-38
S: 53-45
|
|
LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
|
|
ICSC: 0123
|
Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002
|
|