International Chemical Safety Cards

FENOL ICSC: 0070

C6H6O / C6H5OH
Molecuulmassa: 94.1
ICSC nr: 0070
CAS nr: 108-95-2
RTECS nr: SJ3325000
VN nr : 1671
EG nr : 604-001-00-2
15.10.2001 Goedgekeurd in vergadering van experten
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN VOORKOMEN EERSTE HULP/
BRANDBLUSSEN
BRAND Brandbaar.
GEEN open vuur. GEEN contact met sterk oxiderende stoffen.
Alcohol-bestendig schuim, poeder, sproeistraal van water, schuim, koolzuurgas.
ONTPLOFFING Boven 79°C kunnen ontplofbare damp/lucht mengsels worden gevormd.
Boven 79°C een gesloten systeem en verluchting gebruiken.
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water.
BLOOTSTELLING
VOORKOM ALLE CONTACT!
RAADPLEEG IN ALLE GEVALLEN EEN ARTS!
  • Inademing
  • Keelpijn. Brandend gevoel. Hoesten. Duizeligheid. Hoofdpijn. Misselijkheid. Braken. Kortademigheid. Moeizame ademhaling. Bewusteloosheid. Symptomen kunnen met vertraging tot uiting komen (zie Nota's).
    Voorkom inademing van fijn stof en nevel. Verluchting, plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
    Frisse lucht, rust. Halfzittende houding. Raadpleeg een arts.
  • Huid
  • GEMAKKELIJK GEABSORBEERD. Ernstige brandwonden op de huid. Verdoofd gevoel. Stuiptrekingen. Bezwijken. Coma. Dood.
    Beschermende handschoenen. Beschermende kledij.
    Verwijder besmette kledij. Spoel de huid met veel water of neem een douche. Om de stof te verwijderen polyethyleenglycol 300 of plantaardige olie gebruiken. Raadpleeg een arts. Draag beschermende handschoenen bij het toedienen van eerste hulp.
  • Ogen
  • Pijn. Roodheid. Blijvend verlies van het gezichtsvermogen. Ernstige diepe brandwonden.
    Gelaatsscherm of oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming .
    Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
  • Inslikken
  • Bijtend. Buikpijn. Stuiptrekkingen. Diarree. Shock of bezwijmen. Keelpijn. Walmende, donker groene urine.
    Niet eten, drinken of roken tijdens het werk. Vóór het eten de handen wassen.
    Spoel de mond. Veel water laten drinken. NIET laten braken. Raadpleeg een arts.
    OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF OPSLAG VERPAKKING & ETIKETTERING
    Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in afsluitbare vaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen. Verzamel zorgvuldig de restanten en voer daarna naar een veilige plaats. (Bijkomende persoonlijke bescherming: volledig beschermende kledij met onafhankelijk werkend ademhalingsapparaat.) Deze stof NIET in het milieu laten terecht komen.
    Voorzieningen aanbrengen om weglopende vloeistoffen, gebruikt bij het blussen van brand, op te vangen. Gescheiden van sterk oxiderende stoffen, voeding en voedingsmiddelen . Droog. Goed gesloten. In een goed verluchte ruimte bewaren.
    Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
    Symbool T
    Symbool C
    R: 23/24/25-34-48/20/21/22-68
    S: 1/2-24/25-26-28-36/37/39-45
    VN Gevarenklasse: 6.1
    VN Verpakkingsgroep: II
    LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
    ICSC: 0070 Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002

    International Chemical Safety Cards

    FENOL ICSC: 0070

    B
    E
    L
    A
    N
    G
    R
    I
    J
    K
    E


    G
    E
    G
    E
    V
    E
    N
    S

    FYSISCHE TOESTAND; VOORKOMEN:
    KLEURLOZE TOT GELE OF LICHT ROZE KRISTALLEN , MET KENMERKENDE GEUR.

    FYSISCHE GEVAREN:


    CHEMISCHE GEVAREN:
    Bij verhitting, worden giftige dampen gevormd. De oplossing in water is een zwak zuur. Reageert met oxiderende stoffen met kans op brand en ontploffing.

    BLOOTSTELLINGSGRENZEN:
    Drempelwaarde: 5 ppm; (als TWA) (huid, A4, BEI toegekend,) (ACGIH 2004).
    MAK: H;
    Groep van kankerverwekkende stoffen: 3B;
    (DFG 2004).


    WIJZE VAN OPNAME:
    De stof kan snel in het lichaam worden opgenomen door inademing van de dampen , doorheen de huid en door inslikken.

    INADEMINGSRISICO:
    Een voor de gezondheid schadelijke verontreiniging van de lucht, zal eerder traag worden bereikt bij verdamping van deze stof bij 20°C.

    EFFECTEN BIJ KORTSTONDIGE BLOOTSTELLING:
    De stof en zijn damp zijn bijtend voor de ogen , de huid en de luchtwegen. Inademing van dampen kan longoedeem veroorzaken (zie Nota's). De stof kan effecten hebben op het centraal zenuwstelsel , het hart en de nieren , met als gevolg stuiptrekkingen, coma, hartafwijkingen,ademhalingsfalen of bezwijken. Blootstelling kan de dood veroorzaken. De effecten kunnen met vertraging optreden. Medische observatie is aangewezen.

    EFFECTEN BIJ LANGDURIGE OF HERHAALDE BLOOTSTELLING:
    Herhaald of langdurig huidcontact kan huidontsteking veroorzaken. De stof kan effecten hebben op de lever en de nieren .
    FYSISCHE
    EIGENSCHAPPEN
    Kookpunt: 182°C
    Smeltpunt: 43°C
    Dichtheid: 1.06
    g/cm3
    Oplosbaarheid in water:
    matig
    Dampspanning, Pa bij 20°C: 47
    Relatieve dampdichtheid (lucht = 1): 3.2
    Relatieve dampdichtheid van het damp/lucht-mengsel bij 20°C (lucht = 1): 1.001
    Vlampunt: 79°C (gesloten vat)
    Zelfontbrandingstemperatuur: 715°C
    Ontploffingsgrenzen, vol% in lucht: 1.36-10
    Octanol/water verdelingscoëfficiënt als log Pow: 1.46
    MILIEUGEGEVENS
    De stof is giftig voor waterorganismen.
    N O T A ' S
    Andere VN nummers: 2312 (gesmolten); 2821 (oplossing). Gebruik van alcoholische dranken versterkt de schadelijke werking. Afhankelijk van de mate van blootstelling, is regelmatig medisch onderzoek aangewezen. De symptomen van longoedeem worden vaak pas na enkele uren merkbaar en zij worden verergerd door lichamelijke inspanning. Rust en geneeskundige observatie zijn daarom noodzakelijk. Onmiddellijke behandeling door een arts of een door deze laatste gemachtigd persoon, met gepaste geneesmiddelen voor inademing dient overwogen te worden. Deze kaart werd gedeeltelijk aangepast in october 2004. Zie hoofdstukken: Blootstellingsgrenzen, EG classificatie en Noodgevallen.
    Kaart met gegevens voor noodgevallen tijdens het vervoer: TREMCARD (R)-61S1671.

    NFPA gevarencode: H3; F2; R0.
    BIJKOMENDE INFORMATIE
    Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn
    ICSC: 0070 FENOL
    (c) IPCV, CEG 2002
    WETTELIJKE KENNISGEVING: Noch de CEG, noch het IPCV, noch de vertalers, noch enige persoon die optreedt voor de CEG of het IPCV zijn verantwoordelijk voor het gebruik dat van deze informatie zou kunnen worden gemaakt. Deze kaart geeft de visie weer van de groep van experten die in het kader van het International Programme on Chemical Safety de kaarten samenstellen en evalueren en kan afwijken van de door nationale wetgeving gedane aanbevelingen of verplichtingen. De gebruiker wordt dus verzocht om de voorschriften in zijn land te raadplegen en op te volgen.
    (c) IPCV, CEG 2002