International Chemical Safety Cards

DICHLOORMETHAAN ICSC: 0058

Methyleenchloride
Freon 30
CH2Cl2
Molecuulmassa: 84.9
ICSC nr: 0058
CAS nr: 75-09-2
RTECS nr: PA8050000
VN nr : 1593
EG nr : 602-004-00-3
12.04.2000 Goedgekeurd in vergadering van experten
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN VOORKOMEN EERSTE HULP/
BRANDBLUSSEN
BRAND Brandbaar onder bepaalde omstandigheden. Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.

In geval van brand in de omgeving: alle blusmiddelen toegelaten.
ONTPLOFFING Brand- en ontploffingsgevaar (zie Chemische gevaren).
Voorkom het opbouwen van electrostatische ladingen (bijvoorbeeld door te aarden).
In geval van brand: vaten, enz., koel houden door te besproeien met water.
BLOOTSTELLING
VOORKOM VORMING VAN NEVELS! STRIKTE HYGIENE!

  • Inademing
  • Duizeligheid. Slaperigheid. Hoofdpijn. Misselijkheid. Zwakte. Bewusteloosheid. Dood.
    Verluchting, plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
    Frisse lucht, rust. Kunstmatige ademhaling kan nodig zijn. Raadpleeg een arts.
  • Huid
  • Droge huid. Roodheid. Brandend gevoel.
    Beschermende handschoenen. Beschermende kledij.
    Verwijder besmette kledij. Spoel en was daarna de huid met water en zeep.
  • Ogen
  • Roodheid. Pijn. Ernstige diepe brandwonden.
    Stof- of spatbril, gelaatsscherm of oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming
    Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
  • Inslikken
  • Buikpijn. (zie Inademing).
    Niet eten, drinken of roken tijdens het werk. Vóór het eten de handen wassen.
    Spoel de mond. NIET laten braken. Veel water laten drinken. Rust.
    OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF OPSLAG VERPAKKING & ETIKETTERING
    Verluchting. Vang voor zover mogelijk de weglekkende en de gemorste vloeistof op in afsluitbare vaten. De overblijvende vloeistof in zand of inert materiaal laten opslorpen en naar een veilige plaats voeren. (Bijkomende persoonlijke bescherming: filtermasker voor organische gassen en dampen.)
    Gescheiden van metalen ( Zie Chemische Gevaren ), voeding en voedingsmiddelen . Koel. Verluchting langs de vloer.
    Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
    Symbool Xn
    R: 40
    S: (2-)23-24/25-36/37
    VN Gevarenklasse: 6.1
    VN Verpakkingsgroep: III
    LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
    ICSC: 0058 Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002

    International Chemical Safety Cards

    DICHLOORMETHAAN ICSC: 0058

    B
    E
    L
    A
    N
    G
    R
    I
    J
    K
    E


    G
    E
    G
    E
    V
    E
    N
    S

    FYSISCHE TOESTAND; VOORKOMEN:
    KLEURLOZE VLOEISTOF , MET KENMERKENDE GEUR.

    FYSISCHE GEVAREN:
    De damp is zwaarder dan lucht. Ten gevolge van stroming, beweging, enz., kan electrostatische lading worden opgewekt.

    CHEMISCHE GEVAREN:
    Bij contact met een heet oppervlak of met een vlam ontleedt deze stof onder vorming van giftige en bijtende dampen. Reageert hevig met metalen zoals aluminiumpoeder en magnesiumpoeder sterke basen en sterk oxiderende stoffen waardoor brand- en ontploffingsgevaar ontstaat. Tast sommige vormen van kunststoffen, rubber en bekledingen aan.

    BLOOTSTELLINGSGRENZEN:
    Drempelwaarde: 50 ppm (ACGIH 2002).


    WIJZE VAN OPNAME:
    De stof kan in het lichaam worden opgenomen door inademing en door inslikken.

    INADEMINGSRISICO:
    Een voor de gezondheid schadelijke verontreiniging van de lucht, kan zeer snel worden bereikt bij verdamping van deze stof bij 20°C.

    EFFECTEN BIJ KORTSTONDIGE BLOOTSTELLING:
    De stof is irriterend voor de ogen , de huid en de luchtwegen. Blootstelling kan het bewustzijn verminderen. Blootstelling zou vorming van carboxyhemoglobine kunnen veroorzaken.

    EFFECTEN BIJ LANGDURIGE OF HERHAALDE BLOOTSTELLING:
    Herhaald of langdurig huidcontact kan huidontsteking veroorzaken. De stof kan effecten hebben op het centraal zenuwstelsel en de lever . Deze stof is mogelijk kankerverwekkend bij de mens.
    FYSISCHE
    EIGENSCHAPPEN
    Kookpunt: 40°C
    Smeltpunt: -95.1°C
    Relatieve dichtheid (water = 1): 1.3
    Oplosbaarheid in water, g/100 ml bij 20°C: 1.3
    Dampspanning, kPa bij 20°C: 47.4
    Relatieve dampdichtheid (lucht = 1): 2.9
    Relatieve dampdichtheid van het damp/lucht-mengsel bij 20°C (lucht = 1): 1.9
    Zelfontbrandingstemperatuur: 556°C
    Ontploffingsgrenzen, vol% in lucht: 12-25
    Octanol/water verdelingscoëfficiënt als log Pow: 1.25
    MILIEUGEGEVENS
    Deze stof kan schadelijk zijn voor het milieu; aandacht moet speciaal aan het grondwater besteed worden.
    N O T A ' S
    Toevoeging van kleine hoeveelheden van een ontvlambare stof of een toename van het zuurstofgehalte in de lucht doet de brandbaarheid sterk toenemen. Afhankelijk van de mate van blootstelling, is regelmatig medisch onderzoek aangewezen. De geur waarschuwt niet in voldoende mate bij het overschrijden van de blootstellingsgrenswaarde. NIET gebruiken in de buurt van een vuur of van een heet oppervlak en bij het lassen. R30 is een handelsnaam.
    Kaart met gegevens voor noodgevallen tijdens het vervoer: TREMCARD (R)-720

    NFPA gevarencode: H2; F1; R0.
    BIJKOMENDE INFORMATIE
    Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn
    ICSC: 0058 DICHLOORMETHAAN
    (c) IPCV, CEG 2002
    WETTELIJKE KENNISGEVING: Noch de CEG, noch het IPCV, noch de vertalers, noch enige persoon die optreedt voor de CEG of het IPCV zijn verantwoordelijk voor het gebruik dat van deze informatie zou kunnen worden gemaakt. Deze kaart geeft de visie weer van de groep van experten die in het kader van het International Programme on Chemical Safety de kaarten samenstellen en evalueren en kan afwijken van de door nationale wetgeving gedane aanbevelingen of verplichtingen. De gebruiker wordt dus verzocht om de voorschriften in zijn land te raadplegen en op te volgen.
    (c) IPCV, CEG 2002