International Chemical Safety Cards

DDT ICSC: 0034

Dichloordifenyltrichloorethaan
1,1,1-Trichloor-2,2-bis(p-chloorfenyl)ethaan
2,2-bis(p-Chloorphenyl)-1,1,1-trichloorethaan
1,1'-(2,2,2-Trichloorethylideen)bis(4-chloorbenzeen)
C14H9Cl5
Molecuulmassa: 354.5
ICSC nr: 0034
CAS nr: 50-29-3
RTECS nr: KJ3325000
VN nr : 2761
EG nr : 602-045-00-7
20.04.2004 Goedgekeurd in vergadering van experten
SOORTEN GEVAAR/ BLOOTSTELLING ONMIDDELLIJK GEVAAR/ SYMPTOMEN VOORKOMEN EERSTE HULP/
BRANDBLUSSEN
BRAND Brandbaar. Vloeibare bereidingen van de stof die organische oplosmiddelen bevatten, kunnen ontvlambaar zijn. Er komen irriterende of giftige dampen (of gassen) vrij tijdens een brand.
GEEN open vuur.
Poeder, sproeistraal van water, schuim, koolzuurgas.
ONTPLOFFING


BLOOTSTELLING
VOORKOM VERSPREIDING VAN STOF! STRIKTE HYGIENE! VOORKOM BLOOTSTELLING VAN (ZWANGERE) VROUWEN!

  • Inademing
  • Hoesten.
    Plaatselijke afzuiging of ademhalingsbescherming.
    Frisse lucht, rust.
  • Huid

  • Beschermende handschoenen.
    Verwijder besmette kledij. Spoel en was daarna de huid met water en zeep.
  • Ogen
  • Roodheid.
    Stof- of spatbril oogbescherming in combinatie met ademhalingsbescherming als het poeder betreft.
    Eerst gedurende verschillende minuten spoelen met veel water (indien mogelijk contactlenzen wegnemen), dan naar een (oog)arts brengen.
  • Inslikken
  • Beven. Diarree. Duizeligheid. Hoofdpijn. Braken. Gevoelloosheid. Verlamming. Verhoogde prikkelbaarheid. Stuiptrekkingen.
    Niet eten, drinken of roken tijdens het werk. Vóór het eten de handen wassen.
    Spoel de mond. Een brij van geactiveerde koolstof in water te drinken geven. Rust. Raadpleeg een arts.
    OPRUIMEN VAN GEMORSTE STOF OPSLAG VERPAKKING & ETIKETTERING
    Deze stof NIET in het milieu laten terecht komen. Veeg de gemorste stof bij elkaar en schep in afsluitbare niet-metalen vaten; indien nodig, eerst nat maken om stofvorming te voorkomen. Verzamel zorgvuldig de restanten en voer daarna naar een veilige plaats. Persoonlijke bescherming: filtermasker met P3 filter voor giftige deeltjes.
    Voorzieningen aanbrengen om weglopende vloeistoffen, gebruikt bij het blussen van brand, op te vangen. Gescheiden van ijzer, aluminum en zijn zouten, voeding en voeder . Zie Chemische Gevaren.
    Niet samen met voeding en voedingsmiddelen vervoeren.
    Is ernstig vervuilend voor de zee.
    Symbool T
    Symbool N
    R: 25-40-48/25-50/53
    S: 1/2-22-36/37-45-60-61
    VN Gevarenklasse: 6.1
    VN Verpakkingsgroep: III
    LEES BELANGRIJKE INFORMATIE OP DE ACHTERZIJDE
    ICSC: 0034 Gemaakt binnen het kader van de samenwerking tussen het Internationaal Programma over Chemische Veiligheid en de Commissie van de Europese Gemeenschappen (C) IPCV, CEG 2002

    International Chemical Safety Cards

    DDT ICSC: 0034

    B
    E
    L
    A
    N
    G
    R
    I
    J
    K
    E


    G
    E
    G
    E
    V
    E
    N
    S

    FYSISCHE TOESTAND; VOORKOMEN:
    KLEURLOZE KRISTALLEN OF WIT POEDER . TECHNISCH PRODUCT IS EEN WASACHTIGE VASTE STOF.

    FYSISCHE GEVAREN:


    CHEMISCHE GEVAREN:
    Vormt bij verbranding giftige en bijtende dampen, onder andere waterstofchloride. Reageert met aluminium en ijzer.

    BLOOTSTELLINGSGRENZEN:
    TLV: 1 mg/m³; als TIJDGEWOGEN GEMIDDELDE; A3; (ACGIH 2004).
    MAK: 1 mg/m³; H;
    Categorie begrenzing hoogste waarde: II(8);
    (DFG 2003).


    WIJZE VAN OPNAME:
    Het product kan in het lichaam worden opgenomen door inslikken.

    INADEMINGSRISICO:
    Verdamping bij 20°C is verwaarloosbaar; een voor de gezondheid schadelijke concentratie van in de lucht zwevende deeltjes kan echter snel bereikt worden vooral in poedervorm.

    EFFECTEN BIJ KORTSTONDIGE BLOOTSTELLING:
    Kan mechanische irritatie teweeg brengen. De stof kan effecten hebben op het centraal zenuwstelsel , met als gevolg stuiptrekkingen en verzwakte ademhaling . Blootstelling aan een hoge dosis kan de dood veroorzaken. Medische observatie is aangewezen.

    EFFECTEN BIJ LANGDURIGE OF HERHAALDE BLOOTSTELLING:
    De stof kan effecten hebben op het centraal zenuwstelsel en de lever. Deze stof is mogelijk kankerverwekkend bij de mens. Dierproeven tonen aan dat deze stof mogelijk schadelijk is voor de voortplanting of de ontwikkeling bij de mens.
    FYSISCHE
    EIGENSCHAPPEN
    Kookpunt: 260°C
    Smeltpunt: 109°C
    Dichtheid: 1.6
    g/cm3
    Oplosbaarheid in water: slecht
    Octanol/water verdelingscoëfficiënt als log Pow: 6.36
    MILIEUGEGEVENS
    De stof is zeer giftig voor waterorganismen. Deze stof kan schadelijk zijn voor het milieu; speciale aandacht dient aan de vogels besteed te worden. Opstapeling van deze stof in levende organismen kan voorkomen doorheen de voedselketen, bijvoorbeeld in melk en waterorganismen. Deze stof komt bij normaal gebruik in het milieu terecht. Bijkomende vervuiling, bijvoorbeeld door niet aangepaste afvalverwijdering, dient echter met alle mogelijke middelen te worden vermeden.
    N O T A ' S
    Afhankelijk van de mate van blootstelling, is regelmatig medisch onderzoek aangewezen. Oplosmiddelen gebruikt in commerciële bereidingen kunnen de fysische en toxicologische eigenschappen veranderen. Werkkledij NIET mee naar huis nemen. Raadpleeg de nationale wetgeving. Agritan, Azotox, Anofex, Ixodex, Gesapon, Gesarex, Gesarol, Guesapon, Clofenotane, Zeidane, Dicophane, Neocid zijn handelsnamen.
    Kaart met gegevens voor noodgevallen tijdens het vervoer: TREMCARD (R)-61GT7-III.
    BIJKOMENDE INFORMATIE
    Grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling die in België van toepassing zijn
    ICSC: 0034 DDT
    (c) IPCV, CEG 2002
    WETTELIJKE KENNISGEVING: Noch de CEG, noch het IPCV, noch de vertalers, noch enige persoon die optreedt voor de CEG of het IPCV zijn verantwoordelijk voor het gebruik dat van deze informatie zou kunnen worden gemaakt. Deze kaart geeft de visie weer van de groep van experten die in het kader van het International Programme on Chemical Safety de kaarten samenstellen en evalueren en kan afwijken van de door nationale wetgeving gedane aanbevelingen of verplichtingen. De gebruiker wordt dus verzocht om de voorschriften in zijn land te raadplegen en op te volgen.
    (c) IPCV, CEG 2002